Helikon

De grote verhalen IV: de Decamerone van Boccaccio
lezingenreeks over een Italiaans meesterwerk

Voorjaar 1348, de Zwarte Dood bereikt Florence. Zeven jonge vrouwen en drie mannen vluchten naar een buitenverblijf en vullen de dagen met het vertellen van verhalen. Het is het begin van een raamvertelling die de Decamerone vormt. Het boek, geschreven tussen circa 1349 en 1360, door de Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio, geldt als een van de absolute meesterwerken uit de wereldliteratuur.
De ruim honderd verhalen gaan vaak over de lichamelijke liefde. Er worden naar hartenlust valstrikken gespannen en intriges zijn aan de orde van de dag. Alle rangen en standen trekken voorbij: priesters en kloosterlingen raken verwikkeld in liefdesaffaires, hooggeplaatste figuren werken zich in de nesten door onbezonnen verliefdheden, dieven en misdadigers ontlopen op een handige manier hun straf en omkoopbare rechters en bedelaars bedenken vernuftige trucs om een aangenaam leven te leiden. Zo doet een zekere Masetto alsof hij doofstom is, biedt zich aan als tuinman in een nonnenklooster, alwaar de nonnen zich verdringen om hem in hun bed te krijgen. Boccaccio beschrijft alle menselijke zwakheden en altijd op een vermakelijk en luchtige manier. Tijdens de cursus worden de verhalen verteld en geïllustreerd aan de hand van miniaturen uit drie prachtige laatmiddeleeuwse handschriften.


Gustaaf Wappers, Boccaccio leest koningin Johanna van Napels de Decamerone voor, 1849, KMSK Brussel
Plaats en datum
Cervantes vrijdag 27 september, 11 en 25 oktober 2019, 10.00 - 12.00 uur
Prijs
drie lezingen € 60