De grote verhalen II: de Metamorphosen van Ovidius
drie lezingen over dè schilders-bijbel

De Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr.-17 n. Chr.) beschreef in de Metamorphosen de geschiedenis van het ontstaan van de wereld tot aan zijn eigen tijd: de tijd van keizer Augustus. De meest wonderbaarlijke verhalen passeren de revue. Leidraad is de gedaanteverwisseling van mensen, dieren en dingen. Dat begint al sterk met het ‘scheppingsverhaal’ waarin Chaos verandert in de geordende Kosmos. Daarna volgt een aaneenschakeling van betoverende vertellingen over het ontstaan der dingen en de loop van de geschiedenis waarin goden, mensen en dieren een belangrijke rol spelen. De Metamorphosen was niet alleen in de romeinse tijd populair. Ook in de Middeleeuwen en in de Renaissance was het boek verreweg het belangrijkste werk dat kunstenaars gebruikten bij het in beeld brengen van klassieke verhalen. Dit kreeg in de Nederlandse 17de eeuw nog een belangrijke impuls door het Schilder-Boeck van schilder-schrijver Karel van Mander (1548-1606). Behalve kunstenaarsbiografieën neemt hij als tweede deel d’uytlegginghe op den Methamorphoseon (1604) op. Hierin geeft Van Mander uitleg over de betekenis en symboliek van de verhalen van Ovidius. Hij noemt de Metamorphosen van Ovidius de ‘Schilders-Bijbel’ waarin kunstenaars kunnen lezen welke verhalen zij moeten gebruiken om een kunstwerk een bepaalde diepere lading of moraal te geven. Die verhalen worden door Paul Bröker naverteld en in verband gebracht met de kunstwerken en de symbolische lading van de voorstellingen.


Gravure van Ovidius’ Metamorphosen
Hendrik Goltzius (1589), Spaigtwood Galleries, Madison (V.S.)
Utrecht
Podium Oost, vrijdag 2, 9 en 16 november 2018, 10.00 - 12.00 uur
Zutphen
Odensehuis, woensdag 31 oktober, 7 en 14 november 2018, 10.00 - 12.00 uur
Gouda
Centrum de Brug, dinsdag 30 oktober, 6 en 13 november 2018, 10.00 - 12.00 uur
Docent
Prijs
Drie lezingen € 60