Helikon

Een nieuwe lente, een nieuw geluid
Lezingenreeks over Nederlandse schilders, schrijvers en dichters tussen 1880 en 1900

In het laatste kwart van de negentiende eeuw onderging Nederland grote veranderingen, niet alleen op sociaal, economisch en politiek gebied, maar ook cultureel. Dankzij industrialisering en verstedelijking groeiden de bevolking en de welvaart en nam de scholingsgraad toe, maar tegelijk was er onder de arbeidersklasse sprake van erbarmelijke leefomstandigheden. De kerken hadden te kampen met geloofsafval, anderzijds kwam het socialisme op. Kunst en literatuur ondergingen van deze tendensen de nodige invloeden. Nu de natuur bedreigd werd door industrialisering en verstedelijking, begonnen dichters en schilders haar te verheerlijken. Romanschrijvers en schilders brachten het niet altijd even florissante bestaan van de lagere klassen in beeld. Velen van hen sloten zich aan bij het socialisme en stelden hun kunst in dienst van de gelijkberechtiging. In deze driedelige lezingenreeks neemt Jaap Goedegebuure ons mee op een rondgang langs het werk van de dichters Willem Kloos, Albert Verwey, Herman Gorter, Hélène Swart en Henriëtte Roland Holst, de romanschrijvers Louis Couperus, Frans Coenen en Lodewijk van Deyssel en de schilders Jacob en Isaac Israëls, Willem Witsen, Jan Toorop, Saar de Swart, Philip Zilcken, Anton Mauve, Vincent van Gogh en R.N. Roland Holst. Hun werk wordt behandeld aan de hand van teksten en afbeeldingen.

Lezing 1, 10 november: Het impressionisme Met het werk van Franse schilders als Monet, Renoir, Pisarro en anderen ontwikkelt zich in de schilderkunst een tendens om bij de representatie van de werkelijkheid uit te gaan van de zintuigelijke, individueel bepaalde ervaring. In de literatuur leidt dat tot ‘schilderen met woorden’, en een fragmentering van het totaalbeeld ten gunste van het detail. Het werk van schrijvers als Kloos, Van Deyssel en de jonge Gorter geeft daarvan duidelijk blijk, net als de schilderijen van Witsen, Toorop en anderen.

Lezing 2, 17 november: Het naturalisme Met de romans van Emile Zola ontstaat in Frankrijk het naturalisme, een zo getrouw en objectief mogelijke, wetenschappelijk geïnspireerde beschrijving van alledaagse situaties en gewone mensen. In Nederland en Vlaanderen krijgt Zola navolging van auteurs als Louis Couperus, Frans Coenen en Cyril Buysse. In de schilderkunst valt te denken aan Jozef Israëls en de jonge Van Gogh.

Lezing 3, 24 november: Sociale betrokkenheid Na 1890 wenden veel Nederlandse kunstenaars zich af van de individualistische en waardenvrije esthetiek en stellen hun werk in dienst van de emancipatie van de arbeidersklasse. Gorter, Henriëtte Roland Holst, Heijermans en anderen worden lid van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij en gaan actie voeren, in hun werk en ook daarbuiten. Richard Roland Holst, Berlage en andere kunstenaars laten eenzelfde gezindheid zien.

Jaap Goedegebuure is emeritus hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Leiden. Daarnaast is hij literatuurcriticus en was hij literair recensent bij ondermeer het dagblad Trouw en het katern van Financieel Dagblad. Bij Helikon hield hij in 2018 de lezing 'Frans Kellendonk: een ongelovige gelovige’, over de biografie die hij over Kellendonk schreef. Samen met Oek de Jong stelde hij een boek over de brieven van Kellendonk samen.


George Hendrik Breitner, De Singelbrug bij de Paleisstraat te Amsterdam ( rond 1896), Rijksmuseum Amsterdam
Plaats en datum
donderdagen 10, 17 en 24 november 2022, 14.00 - 16.00 uur, Huize Gaudeamus, Gerard Doulaan 21, Bilthoven
Prijs
lezingreeks € 75,-