Helikon, een kunsthistorisch instituut dat het verhaal achter de kunst vertelt

Introductie

De afbeelding bij dit jaarprogramma, is een detail van het schilderij Johannes de Doper van Leonardo da Vinci (zie hiernaast). De wijsvinger van Johannes is daarin een betekenisvol symbool. Dit beroemde doek hangt in het Louvre in Parijs. De hand is waarschijnlijk de laatste hand die Leonardo da Vinci schilderde, zo rond 1516. Zijn wijsvinger wijst naar boven, richting de hemel. In de tijd van Leonardo werd Johannes de Doper vaker geschilderd. Hij was te herkennen aan zijn rechterarm en -wijsvinger die naar boven wijst. Johannes was de voorbereider van de Messias en met die rechterhand heeft hij Jezus persoonlijk gedoopt. Johannes wijst naar de Verlosser. Over de opdrachtgever en de ontstaansgeschiedenis van het schilderij is niets bekend. Het schapenvel van Johannes, evenals het kruis op de achtergrond, zijn er vermoedelijk na Leonardo’s dood in 1519 bijgeschilderd. Het doek is een lichtend voorbeeld van de werking van sfumato, een door Leonardo ontwikkelde schildertechniek. Sfumato wordt wel de kracht achter de poëzie van Leonardo’s schilderijen genoemd. Door flink wat kleur- en dekkingsarme lagen op te brengen, ontstaat een rokerig effect dat maakt dat Johannes een zacht gezicht met vrouwelijke trekken heeft. De contouren van zijn lichaam zijn door deze techniek ook vaag, waardoor hij als het ware uit de duisternis opdoemt, als een getuige van het goddelijke licht. Over het vrouwelijke uiterlijk van Johannes is veel te doen geweest. Er zijn kenners die beweren dat hij zijn moeder heeft nageschilderd. Anderen denken dat hij een type schilderde, dat gebaseerd was op het antieke schoonheidsideaal. Sommige onderzoekers vermoeden dat Salai, ofwel Gian Giacomo Caprotti da Oreno, de assistent en vermeende minnaar van Leonardo, model stond voor Johannes. Eeuwen later schreef Sigmund Freud het essay ‘Eine Kindheitserinnerung des Leonardo da Vinci’ (1910) waarin hij de homoseksualiteit van Leonardo op basis van diens eigen notities probeert te verklaren. In 1919 reageert Marcel Duchamp hierop door Leonardo’s Mona Lisa te reproduceren in postervorm voorzien van snor en sikje. De kunstwereld wordt hiermee niet alleen op de hak genomen, Mona Lisa wordt met mannelijke trekken ook androgyn en daarmee gelijkgeschakeld aan de ‘vrouwelijke’ Johannes de Doper.

Terug naar de hand waar dus veel mee aan de hand is. Die hand is een detail van een groter geheel en een langer verhaal. Veel schilderijen en kunstvoorwerpen zijn niet eenvoudig zomaar te begrijpen of te waarderen. Ze staan nooit op zichzelf en buiten de tijd. Het verhaal erachter moet worden verteld. De docenten van Helikon zullen u tijdens hun lezingen wijzen op kleine details met grote betekenis. Ze zijn allen uiterst vaardig in het geven van hints en vingerwijzingen naar het al dan niet goddelijke…

Wie was Leonardo da Vinci? Leonardo was een autodidact, een zoekend genie met een enorme verbeeldingskracht. Hij is intensief bezig geweest met de bestudering van perspectieven, zintuigelijke waarneming en emoties. Zijn observaties en experimenten noteerde deze homo universalis in zijn zo kenmerkende spiegelschrift in schriften en op duizenden vellen papier. Het citaat op het omslag van de Helikon brochure ‘de schilderkunst is de godheid der wetenschappen’ is afkomstig uit zijn Paragone in de Trattato della Pittura (Verhandeling over de Schilderkunst). Daarin werkt hij de gedachte uit dat de schilderkunst de geest van de schilder herschept tot een gelijkenis van de goddelijke geest. Voor Leonardo was schilderen een intellectuele activiteit en de schilderkunst de meest verheven kunstvorm. Dat brengt ons bij de missie van Helikon: de verbinding van het intellectuele en het artistieke, van het woord en het beeld.

Recentelijk haalde Leonardo het nieuws doordat zijn Salvator Mundi voor een astronomisch bedrag werd verkocht. Ook op dat schilderij draait het om een wijsvinger, nu die van Jezus. Salvator Mundi werd aangekocht door een Saoedische prins en hangt in de nieuwe vestiging van het Louvre in Abu Dhabi. Marina Marijnen zal eind september een lezing houden over dit nieuwe ‘Louvre aan de zee’. Martijn Pieters zal de schilderijen zowel als de tekeningen van Leonardo in november bij Helikon bespreken. Dit naar aanleiding van de tentoonstelling van circa dertig bijzondere tekeningen van Leonardo die dit najaar in Teylers Museum in Haarlem te bezichtigen zijn. 2019 is bovendien een kroonjaar omdat het 500 jaar geleden is dat Leonardo overleed.

Een korte terugblik

Ruim 21 jaar geleden richtte Paul Bröker het instituut Helikon op. Tijdens zijn studie kunstgeschiedenis werd wat toen nog Rijksmuseum het Catharijneconvent heette, geopend. Veel van wat er te zien was herinnerde hem aan kunst en kunstvoorwerpen in kerken die hij in zijn jeugd bezocht. De vaak overdonderende voorstellingen van de Bijbelse verhalen spraken hem toen al aan. Tijdens de lange eucharistiediensten kon hij wegdromen bij de schilderijen en beelden en maakte er zijn eigen verhalen bij. Want toelichtingen bij de religieuze kunstwerken hingen er nauwelijks en die werden ook niet gegeven, zodat de betekenis van de beelden en voorwerpen hem ontging.

Het Catharijneconvent deed dat heel anders ontdekte hij later: het combineerde elk tentoongesteld kunstwerk met een gedegen uitleg voor het publiek. Dat gaf hem zijn eerste kunsthistorische vorming. Paul Bröker wist wat hij na zijn studie wilde: het verhaal achter de kunst vertellen. Wat was de betekenis, de functie en symboliek van het kunstwerk in de tijd dat het werd vervaardigd? Gedurende die ruim twee decennia heeft Paul als directeur Helikon laten uitgroeien tot een succesvol instituut met soms wel meer dan honderd lezingen per jaar. Met een vaste kern van kunsthistorici en andere universitair geschoolde docenten bewees hij dat er veel te vertellen is over de relatie tussen kunst, cultuur en religie. Door de gevarieerde, aantrekkelijke programmering werd Helikon een begrip in Utrecht en ver daarbuiten.

De voortzetting

Begin 2018 kwam mij ter ore dat Paul Bröker graag doorgaat met het geven van lezingen en het begeleiden van excursies en reizen, maar de organisatie ervan vaarwel wilde zeggen vanwege het bereiken van de 66-jarige leeftijd. Wie kon de leiding over zijn Helikon overnemen? Vanaf onze eerste gesprekken in januari leek het mij een mooie kans om zijn werk voort te zetten en er nieuwe impulsen aan te geven. Opgeleid als cultureel antropoloog ben ik steeds geboeid geweest door de drieslag kunst - cultuur - religie, die de geschiedenis van de mensheid altijd heeft begeleid. Helikon wil met zijn activiteiten bijdragen aan de educatie op het gebied van kunst- en cultuurgeschiedenis. Het is een lezingeninstituut dat systematisch de bredere context vooropstelt: culturele uitingen zijn onlosmakelijk verbonden met de grote maatschappelijke en geestelijke processen. Lange tijd gingen kunst, cultuur en religie hand in hand, en ook in onze moderne, geseculariseerde samenleving speelt het religieuze een complexe en intrigerende rol. De overdracht van kennis over de innige band tussen kunst, cultuur en religie is altijd de rode draad geweest in het aanbod van Helikon en zal dat ook blijven. Maar ook de samenhang tussen culturele, sociaaleconomische en politieke factoren, de wisselwerking tussen oosterse en westerse filosofie en kunst, en de impact van de vele levensbeschouwelijke stromingen krijgen volop aandacht. Dit is ook wat onze enthousiaste en ervaren docenten ieder jaar weer verbindt: zij willen het hele verhaal achter de triade kunst, cultuur en religie vertellen.

De naam

Helikon ontleent zijn naam aan de roemruchte Griekse berg die het domein was van de god Apollo, de beschermer van de kunsten, en van de negen Muzen. Deze nimfen verpersoonlijkten ieder een tak van kunst of wetenschap. Op de berg ontsprong een bron die door de Muzen werd beheerd en waaruit de inspiratie rijkelijk vloeide. Een aanroeping van de Muzen met het verzoek zich aan deze bron te mogen laven was in de Griekse oudheid voor kunstenaars de manier om in het creatieve proces te komen. De Helikon-publiekslezing in september is opgedragen aan de berg Helikon en zijn geschiedenis. Voor meer informatie over de lezing, zie Helikonlezing hierna.

De werkwijze

De lezingen van Helikon sluiten vaak aan bij actuele tentoonstellingen die in de landelijke musea worden georganiseerd. De lezingen, cursussen en themadagen worden in Utrecht gehouden op twee locaties: in Instituto Cervantes, hartje centrum aan het Domplein, en in Podium Oost, vlakbij het Wilhelminapark, aan de Oudwijkerdwarsstraat. Daarnaast geven enkele docenten ook lezingen in Gouda, Leiden en Zutphen. Een lezing duurt twee uur, met een korte pauze halverwege. Er worden regelmatig teksten besproken, filmfragmenten getoond en muziekstukken ten gehore gebracht. De lengte van de zogenaamde themadagen varieert. Een themadag duurt maximaal vijf uur en omvat één of twee lezingen, en er is meer ruimte voor gedachtewisseling. De informele sfeer van de Helikon-bijeenkomsten en het relatief kleine aantal deelnemers (max. 35) zorgen voor een prettige kleinschaligheid, waarbij ieder tot zijn of haar recht kan komen. Er is binnen Helikon een traditie van open overdracht, met veel interactie met de docent. Onze docenten zijn enthousiast, ervaren, en ter zake kundig op hun vakgebied.

De benadering

In onze musea zijn de kunstwerken vaak vervreemd van hun oorspronkelijke context. We kunnen wel van hun esthetische kwaliteiten genieten, maar een dieper inzicht ontstaat toch pas wanneer we ons een voorstelling kunnen maken van de leefwereld waarin het kunstwerk ontstond. Door wie werd het besteld, wat was de functie ervan, welke symboliek is erin verwerkt, en vooral: wat betekende het voor de tijdgenoten? Deze cultuur- en kunsthistorische benadering, met uitstapjes naar de filosofie en de religiewetenschap, vormt het uitgangspunt van de lezingen en andere activiteiten.

Grote verhalen, kleine details

Hoe kunnen wij de beelden, reliëfs en schilderingen van een van de grootste culturen uit de wereldgeschiedenis, die van het oude Egypte, waarderen wanneer we niet de functie kennen die deze kunstwerken vervulden gedurende de reis die de overledene maakte van het aardse naar het hiernamaals? Diana de Wild zal over de zonnegod Re, de hemelgodin Noet, de dodengod Osiris en andere goden aan het firmament van het oude Egypte vertellen en de vele afbeeldingen tonen die er van hen bestaan. 
In de kunst van de Griekse en Romeinse oudheid wemelt het van de mythologische taferelen. De voorstellingen komen pas echt tot leven als men de verhalen kent. Dit loont ook de moeite bij het ontrafelen van veel latere, westerse kunst waarin de klassieke mythologie een rol speelt. Kathleen Verdult laat u kennis maken met vroegchristelijke symbolen in catacomben, op sarcofagen en op beeldhouwwerken die teruggrijpen op de klassieke Romeinse kunst. De door Paul Bröker ingezette traditie om de ‘Grote Verhalen’ uit de wereldliteratuur te behandelen, krijgt een vervolg. Deze verhalen vormen al eeuwenlang een niet aflatende inspiratiebron voor kunstenaars. Dit seizoen komen twee superklassiekers aan bod: de Metamorphosen van Ovidius en de Aeneïs van Vergilius.

In het christendom, de religie waarvan onze westerse cultuur zeer diep doordrongen is, gaat de kunst veelal terug op Bijbelse verhalen en heiligenlevens. Zo zal Ina Bertsch de raadselachtige wereld van middeleeuwse relieken belichten. De lezing en excursie over de Maria-miniaturen door Thea Willemsen zijn verfijnde inkijkjes in middeleeuwse gebedenboeken, waarbij betekenisvolle versieringen op de vierkante centimeter bewonderd kunnen worden. Zij zal eveneens spreken over de rol en symbolische betekenis van duivelse creaturen in de donkere middeleeuwen.

Gregor Dijkhuis en Laurens ten Kate houden lezingen waarin de islam zich meet met het christendom, wat interessante nieuwe kennis en perspectieven oplevert. De door ons zo geliefde feestdagen krijgen meer diepgang bij Helikon. Désirée Krikhaar zal tijdens haar Kerstlezing ikonen tonen uit de oost-christelijke kerk die niet alleen op teksten uit het Nieuwe Testament zijn gebaseerd, maar ook op legendes en apocriefe evangelies. Tussendoor zal Byzantijnse muziek klinken. Kees Wisse deelt graag zijn gedegen musicologische kennis met u door muziekstukken van ten onrechte halfvergeten componisten te laten horen, om hen zo aan de vergetelheid te ontrukken.
Zelfs nu het tijdperk van de ‘Grote Verhalen’ ten einde zou zijn en de strijd tussen de ideologieën gestreden, hangt onze wereld nog steeds aan elkaar van verhalen, stelt de Israëlische historicus en filosoof Yuval Noah Harari. Piet Leupen zal zijn boek Sapiens fileren en ons vertellen wat voor mensbeeld er uit de fascinerende studie van Harari naar voren komt. Dit is in vogelvlucht slechts een klein deel van het nieuwe programma. Met deze rijkdom aan onderwerpen proberen we zoveel mogelijk variatie te brengen, waarvan ook de achtergronden worden belicht en dwarsverbanden worden gelegd. Ik wens u een leerzaam en inspirerend Helikon-seizoen toe!


 Heleen Rippen